zaterdag 6 november 2010

Dag 1 in Paraa (vrijdag 5 november)

Na de helse rit van gisteren, waarbij we 12 uur onderweg waren van Mweya naar Paraa over wegen de naam nauwelijks of niet waard, waren de batterijen bij iedereen leeg. Robert zag er ook moe uit, niet verwonderlijk na hetgeen hij hier presteerde. Ons respect voor hem groeit met de dag. Chapeau om ons veilig ter plaatse te brengen. Het was wel zwaar, maar we kregen daardoor de kans om een gans ander Uganda te zien. Armoede troef. De mensen hebben hier niets. Punt.
Het enige wat je kan zeggen is dat de armoede niet zichtbaar is als je ze op straat ziet. Hun mooiste kleren hebben ze aan, schoolkinderen in dezelfde uniformen, maar met hun schoolboekjes, gekaft in krantenpapier, onder de arm. Geen boekentas, geen fiets. Sommigen moeten nog 5 tot 10 kilometer te voet afleggen onder een loden zon.
Na aankomst in de lodge krijgen we onze kamers toegewezen en na een verkwikkende douche is het snel richting bar voor een frisse pint (Club Beer, halve liters). Lang geleden dat een biertje zoveel deugd deed. Het is hier drukkend warm. Na het diner is iedereen op en om 10 uur gaan we slapen. ’s Nachts word ik wakker van een gigantisch onweer, de bliksemschichten zijn niet te tellen: 2 à 3 per seconde! De hele hemel is verlicht.
Vrijdagmorgen nemen we het ervan. Robert krijgt rust gegund en de dames palmen na het ontbijtbuffet de ligzetels aan het zwembad in.


Tropisch zwembad, helemaal voor ons

Het zwaarste werk van de dag voor de vrouwen

Louis en John gaan proberen om de laatste blogverslagen gepost te krijgen, Ernie & Jos laten zich masseren en Andre maakt van zijn tetter tegen de verantwoordelijke voor de afdeling internet van de lodge. Zolang hij niet surft hebben we voldoende bandbreedte om ook enkele foto’s te posten, maar zodra hij zijn laptop eindelijk online krijgt is het gedaan met de fun. Een sms dat het aperitieftijd is lokt ons ook naar de bar aan het zwembad.

Zo zal het wel lukken hé

Aperitief niet alleen voor de vrouwen!!

Onze gereserveerde tafel
 Na de lunch staat een game drive op het programma (dit is een rit met de bus doorheen het safaripark), in de hoop giraffes en leeuwen te spotten. Onderweg komen we de schoolbus tegen.

Schoolbusje in Paraa
Een nakomeling van Idi Amin is door Robert opgevorderd om ons te gidsen. Henry stapt aan boord met de immer aanwezige kalashnikof en belooft ons leeuwen.
De wegen in het park zijn door de stortbui van afgelopen nacht op sommige plaatsen in een modderpoel herschapen en ze lagen er al zeer slecht bij. Opnieuw moet Robert al zijn stuurmanskunst bovenhalen om de 35 km te overbruggen. Uiteindelijk komen we in de savanne van Murchison Park. Patricia is de eerste die giraffes kan spotten. Wat verderop zien we opnieuw een luipaard. Ongelooflijk, twee luipaarden op 2 dagen, dat gebeurt zelden dus.


Jackon's Hartebeest

Kudde giraffen geleid door het vrouwtje

Bewijs dat wij er wel degelijk waren
We rijden verder naar de Albert Nile, maar geen leeuwen te zien, wel een grote kudde giraffes (wel 20) trekt dicht bij ons voorbij. Camera’s klikken snel als AK-47’s, vindt de gids. Het strijklicht is uitstekend voor mooie foto’s.
Zooo dicht!



Busje met chauffeur en passagiers (mogen er niet uit...)
 We zakken zachtjes af en spotten nog 3 jakhalzen, een eenzame olifant en veel Jackson Hartebeesten. Het wordt snel donker en er moet nog een lange weg afgelegd worden naar Paraa, over dezelfde slechte wegen. De vrouwen zijn er niet gerust in en vrezen dat we de lodge niet halen zonder kantelen. Het is ondertussen aardedonker geworden. In de verte zien we lichten opduiken en we hopen dat het de lichten van de lodge zijn. Het is echter een konvooi van 5 jeeps die nog een tocht van 2,5 uur naar een andere lodge voor de boeg hebben. Zij liever dan wij.
Het duurt toch nog een dik half uur voor we eindelijk in Paraa aankomen. Robert stelt voor om de geplande boottocht op de Nijl van morgenvoormiddag te verschuiven naar de namiddag. De kans om dieren te zien is groter dan in de voormiddag. Hij wil ook graag morgenvroeg, als het niet regent vannacht (anders zijn de wegen helemaal niet meer berijdbaar) nog een laatste keer proberen om leeuwen te spotten. Terug opstaan om 06.00 uur dus voor de liefhebbers. Alleen Ernie, Louis en ik happen onmiddellijk toe. De dames lijken meer zin te hebben in een voormiddagje zwembad. Goed, Robert zal er om 06.30 zijn.
 Na een terug verfrissende douche is het hoog tijd voor het diner-buffet. De vermoeidheid van de lange zware week weegt door, en om 22.30 is iedereen al naar de kamer. Ik tik het verslag nog in, want de dingen volgen elkaar hier in razendsnel tempo op, als ik het niet direct noteer, dreigen morgen nieuwe belevenissen deze van gisteren te verdringen.
John

Paraa - laatste dag (zaterdag 6 november)

Vandaag op het programma: game drive for lions. De vrouwen laten deze kelk van hotsen en botsen over de wegen van Murchison National Park aan zich voorbijgaan, maar onverwacht komt Andre opdagen aan het ontbijt. Robert liepen we in de lobby al tegen het lijf, lachend als altijd.

We verwachten mooi fotolicht en aan het ontbijt zien we de zon opkomen. Het gaat razendsnel, op twee minuten tijd is de zon van onzichtbaar naar compleet boven de horizon verschenen.


Louis heeft nauwelijks de tijd om zijn camera boven te halen, maar lukt toch enkele prachtige foto's.
We vertrekken terug het park in en spotten de reeds bekende diersoorten. We rijden tot aan de delta van de Albert Nijl waar we aan de nijlpaarden even de benen strekken. Maar terug geen leeuwen, wel gieren, aapjes en heel veel giraffes.





Rond 11.30 zijn we terug van onze vruchteloze leeuwenjacht. We nemen het aperitief in het zwembad. Het is een heerlijke temperatuur van 30 graden en ik waag me voor het eerst in 26 jaar in een zwembad. De enige reden hiervoor is het feit dat de bar in het zwembad ligt...



Na de lunch vertrekken we voor de bootsafari over de Nijl naar Murchison Falls. Onderweg begint de noot vervaarlijk te sputteren waardoor we achterlopen op schema. We zien kleine en grote krokodillen en Patricia vraagt meteen aan de stuurman om niet te dicht te komen.




Vlak daarna doemen de falls op, de stuurman manoeuvreert handig naar een rots waar we allemaal poseren voor een herinneringsfoto.





Dan volgt de lange tocht terug met sputterende motor. Het is warm op het water en de zon schijnt ongenadig op onze nog niet zo bruine armen en benen. We halen het, weliswaar met meer dan een uur vertraging.
Sommigen nemen nog een duik in het zwembad, ik tik dit bericht in mijn ligzetel aan de rand van het zwembad op mijn IPod. De zon gaat onder en het wordt duister. Onze laatste dag safari zit er al op. Onvergetelijk en de vele foto's zullen zeker als hulp dienen om te thuis te tonen aan familie en vrienden.
De plicht roept (aperitief wacht niet), dus tot morgen, na terugkomst in Kampala proberen we de artikelen te voorzien van foto's en trachten we te skypen.

John
Verstuurd vanaf mijn iPod

Safari – update dames

We zijn ondertussen reeds over de helft van deze unieke ervaring. John en Louis verzorgen de verslaggeving en foto’s zodat we deze reis levend kunnen houden, het intypen gebeurt zowel s’nachts, terwijl ik rustig lig te pitten, als tijdens de busrit over hobbelige wegen.
Ze laten geen moment onbenut en we zijn hun daar ook heel dankbaar voor.
De blog aanvullen is geen peace of cake in the middle of nowhere, internet is er niet altijd of heel traag, maar ze geven niet op.
Morgen vertrekken we terug naar Kampala en zal deze safari geschiedenis zijn. Ik heb op deze reis al meer stof te verwerken gehad dan tijdens onze hele verbouwing (en dat was er heel wat), maar het is allemaal dubbel en dik waard. Er is veel armoede maar je ziet de mensen ook veel lachen, in elk dorp dat je passeert zie je wel een kind langs de weg dat hoopt op een beantwoording van zijn wuiven en bij de inlossing daarvan krijg je een gelukkige lach en kun je verder met de bedenking dat dit zijn/haar dag heeft goedgemaakt.
In de steden staan de krotten heel dicht naast elkaar, liggen vol stof en toch komen er langs alle kanten jongens met zondagse korte broek en wit hemdje, meisjes met een mooi kleedje uit waardoor je het vermoeden hebt dat er ergens een of andere grote wasserette is verborgen.
In de dorpen merk je dat het leven heel dicht bij de dood staat. Doodskisten staan tentoon zoals de andere waren en naast sommige huizen liggen de grafstenen van familie.
Het is een land van vele contrasten, iedereen die een beetje verdient loopt met een GSM rond, langs de lange, stoffige wegen kom je plots een groot reclamebord tegen van telecom verdelers of van frisdrank.
De natuur is zo prachtig dat mijn adem stokt en tranen van ontroering opwellen.
Robert, onze chauffeur, heeft er alles aan gedaan om deze reis zo comfotabel mogelijk voor ons te maken al zie je wel af en toe een glimlach van ongeloof op zijn gelaat over de handelingen van deze ‘rijke’ blanken. Hij heeft een aanstekelijke lach maar beschikt bovenal over een groot rijvaardigheidstalent.
Het is een ervaring om nooit te vergeten, bedankt aan iedereen die dit heeft mogelijk gemaakt.
Patricia

vrijdag 5 november 2010

Safari (woensdag 3 november)

Tijdens nog maar eens een rondje koffie met muffin om 06:15 in de ochtend, worden we opgehaald door stralend witte tanden met Robert errond om onze jungle-tocht te beginnen.
Na een ritje over diezelfde onberijdbare ondergrond worden we opgewacht door een afgewassen groen mannetje met kalashnikof die waarschijnlijk ook wel Jopseph zal heten, en welke ons doorheen de ondergroei zal loodsen. Helaas is er ondertussen bij tante Jos vanalles naar buiten gekomen en beslist zij om aan de ingang te wachten, zij zal door de achterblijvende parkwachters in het oog gehouden worden.
Ons schoendoos-ontbijt wordt verorberd met uitzicht op de 'spleet' die vanwege zijn fameuze afmetingen zelfs wolkjes draagt en een weinig later worden we gebracht tot aan een entry-point van de vallei, nog een beetje wachten op nog een paar primaat-toeristen (uit belgenland) en de afdaling kan beginnen. 
Gelukkig is iedereen uitgerust met deftig schoeisel want de grond is hier import uit de polders en blijft met kilo's tegelijk plakken en glibberen, maar naar beneden is niet moeilijk ... Met een (iets te) brede grijns vertelt onze ranger doodleuk dat we beter eerst naar beneden kijken alvorens de blik naar boven te richten, hier in deze broeierige omgeving vindt je daar een zestigtal soorten slangen, hopen rode mieren, de nodige muggen, hippopotamus (dat zeggen ze zo leuk), olifanten en zes primaatsoorten, dus het busje deet blijft in de buurt !
Hier leeft ergens een familie chimps met 21 leden en die zijn normaal gezien kilometers ver te horen, maar vandaag blijft het stil ...

Het heeft wel wat, deze Tarzan-omgeving, het gevaar kan van alle kanten loeren, ik heb voor de gelegenheid een veel te dikke trui aan waardoor ik zweet als een otter en de primaten van de groep glijden alle kanten op waardoor er wel eens een duwtje aan niet-vertrouwde bips wordt gegeven wat dan weer resulteert in hoogrode verontschuldigingen.
Een brug doet normaal denken aan een veilige oversteekplaats waarmee de ene oever met de andere verbonden wordt ... hier bestaat zoiets uit een aantal zwevende planken met een paar boomstammen eronder, zoiets heeft wel wat aansporing nodig, zeker na de waarschuwing om zeker in het midden van de planken te stappen en eentje tegelijk ...
Vakkundige uitleg wordt gegeven over imaginaire apen die wel te horen krijgen ... hoe ze slapen, hoe ze opgegeten worden door predators (die past hier inderdaad perfect) en hoe ze dronken geraken.
En dan ineens een geritsel, een kreet en iets zwarts, de gids spoort de fotografen aan om de achtervolging in te zetten wat resulteert in foto van primaat nummer 1, de baviaan !
De tocht ploertert verder langs hippo-wegen, olifantenstront en vers geploegde polder, het bladerdek is gelukkig zo dicht dat de zon buitengesloten wordt maar de sauna gaat door ... en dan ineens primaat nummer twee : een huppeldepup aap (moet nog eens goegelen), zwart-wit met een prachtge kodde en een prachtige pose ! zo zitten er wel wat want er is er eentje die na ontdekt te zijn door Sonja haar probeert onder te pissen ! Maar hij staat op de foto en haar bril is ermee gekuist !

Een eindje verder hebben we weer prijs, eentje van dezelfde soort die ons met veel interesse gade slaat en zich gewillig laat fotograferen maar wel vanop veilige afstand, iets dat zo stinkt naar deet kan best iets hebben dat betrappelijk is.
We passeren ook nog een bende luidruchtige hippo's die hun ochtenbad verstoort zien en daar nogal gepikeerd op reageren, maar geen nood, een hippo valt nooit aan vanuit het water (afgewassen groen).
En dan staan we ineens terug bij af, we hebben de bruggen getrotseerd, de muggen doodgeslagen, op onze tellen gelet, een stoombad gehad, een paar kozijns gezien en tot de vaststelling gekomen dat de homo sapiens-sapiens daar niet meer thuishoort, we zouden enkel dienen als hors-d'heuvre in deze habitat.

Na nog wat uitwisselen van email adressen (het eerste waaraan je denkt na je roots gezien te hebben) pikken we ons Jos terug op (die was daar een cursus in western living aan het geven, omringd door allemaal afgewassen groen-mannetjes) en bereiken we teruig de lodge zo rond de noen.
Het besef is ondertussen gekomen dat we nog geen tijd gehad hebben om eens aan de zwemkom te gaan zitten op ons gemak, er moeten nog foto's genomen worden van de lodge, nog kaartjes gestuurd worden ... en morgen zijn we al weg ! Dus terwijl de dames dan toch een half-uurtje zonnebaden en badderen, gaan de fotografen op stap om de scenery vast te leggen, waarna er nog wat tijd overblijft om op het terrasje overvallen te worden door een meute mangoesten die op zoek waren naar de groene mamba die Patricia bijna te lijf ging aan het zwembad ... er valt hier vanalles te beleven.
En dan zo rond vierenen terug allemaal de bus in en nog eens op zoek naar de leeuwen maar nu onder de vakkundige leiding van een echte ranger, Andre belooft ons leeuwen, hopen met leeuwen ! en wijle blij !
We kennen ondertusen de weg uit het park, dus na een uurtje hotsen en stotsen zijn we terug in het 'gedeelte aan de andere kant van de weg', en we zien al direct hopen met kobs en het licht strijkt en wij klikken dat het een lust is, het ene na het andere meesterwerk wordt gemaakt, de ene hoop kobs na de andere komen we tegen, maar geen leeuwen, we zien kuddes met olifanten, met buffels, maar geen leeuwen, we rijden kilometer na kilometer nauwkeuig speurend naar enig teken van Simba maar helaas, hij verwaardigt ons geen blik. Maar watzou het, we hebben gefotografeerd onder het mooiste licht van Afrika, we hebben panorama's gezien die integraal geboekstaafd gaan worden in onze memoires en we hebben geen leeuwen gezien ...

Dus alle fotomateriaal terug in de kaba en terug naar de lodge, content maar hopend op leeuwen in het volgend park ... en dan ineens een gil van Jos, ze heeft iets gezien met spikkels en je kan er gatver donder op zeggen, dus de bus gedraaid en op zoek ... en de arendsblik van Jos wordt bewaarheid, verscholen tussen het gras maar zeer dicht bij de baan zien we een luipaard, op zo'n beest kan je wachten tot sint juttemis, je krijgt ze normaal niet te zien , laat staan te fotograferen en deze keer lukte het allemaal, de avond begon al te schemeren maar we slaagden er toch in om een aantal foto's te nemen van deze gewillig poserende kat ... en toen kon de dag niet meer stuk, het was al donker toen we de lodge bereikten maar een trotse Jos mocht haar luipaard-spot vereeuwigen op het scorebord buiten het hotel.

Dan surprise, een groep dansers heeft het grasplein overgenomen en voeren een perfecte regendans uit ... daarna nog maar eens schuiven voor het buffet, een soepje dat nogal heet gevonden werd door Lies en een paar (toch wel serieus) geroosterde stukken vlees op de barbeque, kopje koffie na op het terras en bedde in want morgen moeten we rijden, rijden, rijden naar ons volgend park en Robert heeft ons bezworen om om het ontieglijke zes uur in de morgen klaar te staan !
Louis

donderdag 4 november 2010

Reis Mweya to Paraa (donderdag 4 november)

Vanmorgen voor de 4e keer op rij vroeg uit bed, 5 uur local time. Valies pakken, op 15 minuten geklaard. We worden hier nog goed in! Om 6 uur is iedereen al in de lobby. We checken uit en betalen de rekening. Nog snel een koffie met een muffin en daar is Robert al. Stipt als altijd. Hij laadt onmiddellijk de bagage in, en als je het aandurft om zelf je valies te nemen om ze naar de bus te brengen springt er meteen een portier op af; I'll take it sir. We zien dit Afrika wel zitten.

Iemand komt aandraven met de packed breakfasts en de packed lunches voor onderweg.
Alles wordt in de bus gepropt en off we go.

Wat verderop in het park wordt de weg al geblokkeerd door toeristen die olifanten hebben gezien... We rijden snel door ... van olifanten weten we ondertussen alles. Nog wat verder lopen er Bushbucks op de weg, en net voor de poort liggen twee buffels op de weg. Toeteren is verboden, dus we dringen een beetje aan door er traag naar toe te rijden. Uiteindelijk nemen ze de poten en na 12 km verlaten we het park.
We nemen de snelweg langs lake George, een tweevaksweg door kleine dorpjes. Om 8 uur passeren we Kasese, links van ons imponeren de Rwenzori mountains.



Overal dezelfde armoedige taferelen: zeer schamele huisjes waar moeder de vrouw met een takkenbos probeert het erf proper te houden, kinderen spelen met een stukje touw of een stokje, mannen zijn aan het werk (of doen alsof) en de beide kanten van de weg lopen voetgangers, schoolkinderen en rijden fietsers en bromfietsers en staan mensen te wachten.

Af en toe een lange-afstandsbus, een vrachtwagen, een pickup volgeladen met matoke (de groene banaan die hier als aardappel wordt gebruikt) of vol mensen. De weg slingert door de heuvels, en is in goede staat. We halen 100 km per uur. Slechts in de dorpjes vindt je hier de blijkbaar ook al onvermijdelijke speedbumps. Ze zijn zo aangelegd dat ze stapvoets moeten worden genomen, anders riskeer je dat je auto gewoon uiteenvalt. De lange-afstandsbussen echter rijden als gekken en negeren de speedbumps compleet.
Het heuvellandschap ontvouwt zich voor onze ogen. Het is werkelijk prachtig, dit heuvellandschap dat zich opschurkt tegen de Rwenzori.

Rond 9 uur passeren we Fort Portal . Een half uurtje later begint het te druppelen. We hopen dat het maar een bui is, want verderop houdt de goede weg op en wordt het ploeteren langs onverharde wegen. Stof bij droog weer en God weet hoe het is bij slecht weer. De Rwenzori is uit het zicht verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor de Ugandese Ardennen.

Een laatste tankbeurt, daarna linksaf en dan 400 km onverharde weg. De staat van de weg varieert van erbarmelijk over zeer slecht tot onberijdbaar. Robert zet er ondanks dat stevig de sokken in en laveert tussen de putten en het verkeer in.

Onderweg passeren we dorpjes met schooltjes, markets en vooral veel erbarmelijke huisjes en hutjes.
Een vrachtwagen is van de weg geraakt en wordt getakeld, we zien hem nauwelijks in de diepte zitten.
Kleine kinderen gaan in bad langs de weg, we halen een bromfiets in, vader, moeder en twee kinderen zijn de bemanning. Een man ligt dwars over de weg in een rare positie. We vrezen het ergste en Robert stopt even. Andre vraagt of er something wrong is, hij ligt dwaas te kijken; drunk zegt Robert en vervolgt zijn weg.

Een bodaboda wil niet onmiddellijk wijken, Robert toetert, de bromfiets wijkt pas op het laatste moment uit en misrekent zich, komt daarbij in de greppel terecht en valt om. Ernie heeft dit natuurlijk gezien, iedereen moet luid lachen.

Half twaalf. Plasstop aan het plaatselijke Hilton Hotel. De dames spoeden zich naar binnen maar komen even later kokhalzend buiten. Ik besluit buiten te plassen!


Half twee. Robert houdt halt onder een paar bomen voor een groot huis. Lunchtijd, hij vraagt aan de bewoonster of we daar even ons lunchpakket kunnen opeten. De overschotten worden in dank aanvaard door de 3 vrouwen die nieuwsgierig komen kijken.

Na een kwartier vervolgen we onze weg. Wij zijn goed opgeschoten dankzij het goede weer. Hier en daar is de weg wat slipperig maar naa Afrikaanse normen zijn de rijomstandigheden 'uitstekend'. Robert dient enkel heen en weer te zwalpen om de putten en greppels te vermijden. We zijn over halfweg.



Hoima. 150 km van het park. We moeten tanken. Shell is een vertrouwde naam, maar daar zegt de pompbediende dat de diesel op is. Het begint ook nog eens te regenen. Iedereen schuilt onder de luifels van de tankstations, we geraken met moeite aan de pomp. Bij de volgende lukt het wel om diesel te tanken. Het is hier zo druk als in Kampala, maar het is een grote sloppenwijk.

Het blijkt een fikse regenbui, dat belooft niet veel goeds voor het laatste deel van de trip.
Inderdaad, het wprdt een echte stortbui en al gauw staan de straten blank. Ineens is de straat geblokkeerd door een jeep die vast zit. We moeten al omrijden en het blijft stortgieten.

De wegen staan blank en rode modder stroomt naar beneden. De bui is echter plaatselijk en langzaam gaat de regen over in beter weer en kunnen we weer rijden zoals voorheen. We schieten terug op zo goed en kwaad als de weg het toelaat.

Met nog 80 km te gaan ontvouwt zich een prachtig vergezicht over de vlakte en Lake Albert. We spotten een paar bavianen en ook dezelfde apen als gisteren. Patricia is de eerste die ze ziet, een ganse boom vol.
En zeggen dat we daar gisteren 50 USD voor betaalden!

Het bordje 'Paraa Ferry 33 km' lijkt het sein voor de laatste etappe, maar nauwelijks 500 m verder valt de bus stil. Een contactpunt van de batterij blijkt losgekomen, maar Robert, Louis en het kletstalent van Andre zorgen in samenwerking met een passerende vrachtwagenchauffeur dat we na een half uurtje toch verder kunnen. Hier blijkt met welke armoedige omstandigheden we hier worden geconfronteerd. De armoede wordt wel zoveel mogelijk binnenskamers gehouden, want iedereen probeert er op zijn best uit te zien. Schoolkinderen allemaal in dezelfde uniformen komen van school, een stapeltje in krantenpapier gekafte schoolboeken onder de arm. De meesten moeten nog 5 tot 10 kilometer te voet naar huis. Een vrouw eist bijna het halfvolle flesje mineraalwater van Jos, en de begerige blikken naar mijn camera van wat rondhangende jongeren tijdens de reparatie doen me besluiten om  hem veilig in het busje op te bergen.

Na het oponthoud kunnen we de weg vervolgen naar de ferry over de Nijl. Normaal moeten we wachten tot 19.00 uur om over te kunnen, maar na wat Afrikaans onderhandelen door André worden we meteen overgezet. We overschouwen de Nijl. Het is hier bloedheet en vochtig.

Om half zeven zijn we in de lodge, na een rit van 12 uur door donker Afrika, over wegen de naam niet of nauwelijks waardaig, maar een ervaring die we nooit zullen vergeten rijker!!

John
Verstuurd vanaf mijn iPod

dinsdag 2 november 2010

Eindelijk: Safari (maandag 1 november)

Gisteravond begon de spanning al wat te stijgen. De valies werd gepakt voor het grote avontuur. Eén valies per koppel en er moet nogal wat mee. Dat wordt dus letterlijk wikken en wegen. Gelukkig kunnen we in de lodges wel het een en ander laten wassen, dus we reizen 'licht', of doen toch een poging tot, tenminste.

's Avonds zien we Kim Clijsters de Masters in Doha winnen. Daarna genieten we nog van een rustige avond. Om 07.00 uur zal de chauffeur ons komen ophalen. Ontbijt is gepland om 06.30 uur. Jullie liggen dan nog allemaal op twee oren, aangezien het tijdsverschil door het winteruur ondertussen is opgelopen tot 2 uur. Een rit van ongeveer 410 km over de hoofdweg van Kampala naar Rwanda, Burundi en Congo staat ons te wachten.


De meesten besluiten vroeger naar bed te gaan, maar ik blik met Andre al eens vooruit naar de komende dagen. Rond 1 uur kruip ik ook in bed maar het is zeer zwoel op de kamer en het duurt een hele tijd (en vele bladzijden in het nieuwe boek van Frederick Forsyth) vooraleer ik de slaap kan vinden.

's Morgens vroeg om half zes gaat het wekalarm af (tenminste toch dat op onze kamer). Na een snelle douche worden de laatste reisbenodigdheden in de valies gestopt en brengen we alles naar beneden. Daar blijkt dat de wekker blijkbaar niet overal correct is ingesteld en dat enkelen pas vlak voor het ontbijt zijn wakkergeschoten. Voor een keer zijn wij niet de laatsten maar de eersten aan het ontbijt!

Robert, onze chauffeur voor de ganse week, komt iets na 7 uur de oprit opgereden. Al gauw zijn de valiezen achterin gestapeld en kunnen we vertrekken. De minibus mengt zich in het op gang komende verkeer van Kampala. Het is al weer een mierenhoop van jewelste. De boda-boda's (bromfietstaxi's) snorren af en aan, soms met 2 tot 3 passagiers.



Schoolkinderen staan op het schoolplein klaar om de lessen aan te vangen, verkeerspolitie probeert het drukke verkeer in toom te houden, maar voor ons is het een kluwen waar geen doorkomen aan lijkt. Gelukkig is Robert een goede en kalme chauffeur. André wijst hier en daar en shortcut (binnenwegje) aan en vrij snel verlaten we de drukke binnenstad.

De buitenwijken van Kampala geven reeds een heel ander beeld van Afrika. Grote gebouwen en druk verkeer maken plaats voor lange wegen waar nu en dan een concentratie van huisjes en winkeltjes opduikt. Met open mond zitten we te kijken naar de mensen die proberen hun koopwaar aan de man te brengen. Naar onze denknormen is dit bijna niet te begrijpen. Lange rijen winkeltjes waar mannen en vrouwen aan de voordeur zitten. De voordeur kun je best vergelijken met een half vergane garagepoort, het winkeltje dat achter de poort zichtbaar wordt is nauwelijks groot genoeg om een autootje in te plaatsen, en het zit dan nog eens volgestouwd met koopwaar.

Voor deze winkeltje is dan nog dikwijls de plaatselijke groentenmarkt aan de gang waar vooral bananen (matoke-bananen: groene bananen die klaargemaakt vergelijkbaar zijn met onze aardappels) verkocht worden. Onderweg zien we dan ook talloze keren een fietser met 3 of meer grote trossen van deze bananen over zijn fiets gehangen. Zoals meestal hier dient de fiets voor transport van goederen en niet als transportmiddel voor mensen. De eigenaar loopt dan ook meestal naast zijn fiets.

Verderop slingert de weg zich langs de oevers van Lake Victoria. De oevers zijn wel zeer breed en bestaan vooral uit moerassen waar papyrus groeit. Doorheen de moerassen loopt nu en dan een pad naar het meer zelf, waarlangs de visverkopers zich bevoorraden om hun koopwaar langs de weg aan te bieden. Gekochte vis wordt meestal niet in de auto meegenomen, maar aan buitenspiegels of voorbumper gehangen om mee te voeren naar huis (vanwege de stank natuurlijk). Blijkbaar vindt alle handel hier plaats langs de weg.

Ondanks het feit dat de weg op sommige plaatsen in erbarmelijke staat is, vindt men het blijkbaar toch nodig om hier en daar speedbumps aan te leggen. Soms liggen er even diepe putten in de weg als de speedbumps hoog zijn, maar dat kan geen reden zijn om het beton voor de speedbumps te gebruiken om de weg te herstellen. Het gevolg hiervan is dat de auto's en de boda-boda's van de ene kant van de weg naar de andere laveren als dronkemannen in een hopeloos ballet om de putten en de bumps te vermijden.




Rond 09.00 uur het eerste grote moment van de dag: de evenaar wordt overschreden. Natuurlijk stopt Robert hier voor de nodige foto's.




We drinken er een cappucino. Niet de beste die ik al had, maar na een rit van 2 uur over stoffige wegen smaakt het toch.

Robert dringt aan om niet te lang te blijven zitten, het is nog ver. De weg slingert zich door het heuvellandschap, nog best te vergelijken met de Ardennen en de Elzas. Overal herhalen zich dezelfde taferelen. Armoedige winkeltjes en marktjes langs de kant van de weg. Langs de weg zie je paadjes die naar verderop gelegen huisjes (of wat ervoor moet doorgaan) leiden. Tussen de plaatsjes heel veel voetgangers, fieters en bromfietsers, af en toe een auto of een vrachtwagen. Op sommige plaatsen zijn wegenwerken bezig en af en toe moeten we even wachten omdat het verkeer maar in één richting doorkan. Een man met een rode en een groene vlag fungeert dan als verkeerslicht.

We kijken wel heel erg op als een perfect opgekleed paar uit een bospaadje komt, meneer met kostuum en das, mevrouw in haar schoonste kleed. Het dichtstbijzijnde dorp is zeker 3 km verder...
Af en toe knippert een tegenligger met zijn lichten. Robert vertelt dat dit het sein is dat er politiecontrole in de buurt is. En jawel hoor. De eerste keer mogen we doorrijden, maar de tweede keer moeten we stoppen. Robert moet zich identificeren, een vrouwelijke agente houdt met een machinegeweer de wacht. De 'officer' is wel vriendelijk en we mogen zonder problemen verder.

Na een drink- en plaspauze rond één uur zetten we de reis voort. We passeren het enige park waar zebra's te zien zijn, maar laten dat park links liggen. Het is een redelijke omweg die ons veel tijd en vooral 30 USD per persoon zou kosten. Gelukkig is Robert een goede spotter en hij maakt ons attent op enkele zebra's die dicht langs de weg grazen. Iedereen gelukkig: ons eerste echt safaribeest, en dan nog gratis ook!




Wat verderop begint het te regenen (te stortregenen eigenlijk), waardoor er van foto's voorlopig niet veel in huis komt.

De rit gaat verder door een oerwoudlandschap, afgewisseld met savanne, theeplantages, bananenboomplantages en gehuchtjes waar alles aan de man wordt gebracht. Een lange-afstandsbus stopt aan een bevoorradingspunt en wordt bestormd door plaatselijke jongeren die proberen om iets te verkopen.






Rond half vijf meldt Robert dan we Queen Elizabeth National Park naderen. Even verder stopt hij aan een prachtig uitzicht over de savanne. We krijgen deskundige uitleg maar genieten vooral.



We dalen de heuvel af en even later staan we aan de ingang van het park. Robert maakt van de gelegenheid gebruik om het dak van onze bus te openen, zodat we kunnen rechtstaan in openlucht. Let the beast go!! zou ik zeggen. Na lang onderhandelen door André worden we als residents beschouwd en kunnen we goedkoper dan voorzien het park binnen. Terug een meevaller!


Het geluk is meteen aan onze kant, want we spotten nog voor het bereiken de de Mweya Lodge al buffels, warthogs en olifanten!!







Na een tiental kilometer spotten bereiken we de lodge waar we onze kamer toegewezen krijgen.



Het ziet er fantastisch uit. We wanen ons Mr. & Mrs. Koning zelve. Een adembenemend uitzicht over Kasinga Channel vervolledigt het sprookje.



Aangezien het ondertussen reeds 01.00 uur is, ik er straks om half zes terug uit moet en de andere safarigangers al een paar uur liggen te slapen stop ik het verhaal nu eventjes.
Als alles goed gaat wordt dit morgenvroeg gepost op de blog. We kijken al uit naar de game drive van dinsdagmorgen, waarbij we op zoek gaan naar leeuwen.

Voor Emma: giraffen zal voor de tweede helft van de week in het andere park zijn, maar foto's zullen zeker volgen.

Slaap lekker,

John

ps: het updaten verloopt momenteel niet zo heel goed, maar dat komt vooral door de internetverbinding.
met ons is alles uitstekend!
 

zondag 31 oktober 2010

Het Grote Avontuur

Zo, de eerste rustige dagen in Afrika zitten er op. Na enkele dagen genieten in relatief comfortabele omstandigheden (om het eufemistisch uit te drukken) duiken we het de ongerepte natuur in. Olifanten, nijlpaarden, giraffes, leeuwen, ontelbare volgelsoorten wachten ons de volgende dagen op.
De valies is gepakt en alles is klaar voor het grote avontuur: een weekje safari naar Queen Elizabeth National Park en Murchison Falls National Park.

Maandagmorgen vroeg om 07.00 worden we afgehaald door onze chauffeur voor een rit van 410 km door grotendeels onbewoond gebied. We hopen daar in de late namiddag toe te komen.

Tijdens deze rit zullen we de evenaar overschrijden en we zullen voor de eerste keer voet zetten op het zuidelijk halfrond. Iedereen is vol verwachting en wil uitgerust vertrekken. Op André en ondergetekende na zijn ze dan ook allemaal gaan slapen.

Ik weet niet hoe de internet-infrastructuur ginderachter zal werken, maar we proberen toch dagelijks een update van de blog door te seinen. Desnoods met tamtam of rooksignalen...

Groetjes van allen hier aan allen ginder, en al bedankt voor de leuke reacties!!

André & Lies, Jos & Ernie, Sonja & Louis, Patricia & John

UPDATE VAN DE DAMES

Terwijl Ernie & Josje een wandeling down-hill maken liggen de andere dames (alweer) aan het zwembad, het leven is lastig hier :-). We komen tot de ontdekking dat dit de eerste dag is dat niemand ongemakken heeft, we're getting used to Africa. EN we moeten goed uitgerust zijn want vanaf morgen begint het èchte avontuur; we kunnen haast niet wachten!!

Het middaguur is al een tijdje voorbij, time for lunch. John begint aan de voorbereiding voor de pizza's, alle ingrediënten zijn meegebracht uit België, behalve de ananas, die is levende vers. Dat ook onze John hier al goed is ingeburgerd blijkt al vlug: de eerste pizza maakt hij zelf, bij de tweede geeft hij geduldig instructies aan Edward en Grace hoe het moet, de derde en de vierde pizza maken Edward en Grace op eigen houtje. Kwestie van kunnen delegeren :-) . En ik kan jullie verzekeren, ze waren héérlijk!

Na de lunch gaat een delegatie naar Owino Market want we hebben beans nodig. Onze 2 fotografen hebben een bean-bag nodig om hun camera stabiel te kunnen houden bij het fotograferen vanuit het safari-busje. De bag hebben we, de beans dus nog niet. Edward is chauffeur, Grace onze gids want de markt is een mierennest. Voor geen geld ter wereld zou ik hier in mijn eentje durven rondlopen. Je kan op de hoofden lopen, en ze verkopen hier àlles: fruit, groenten, stoffen, kleedjes,... De verkopers weten niet wat ze horen:  de bazungu (blanken)  hebben bonen nodig! We geven de bags en ze proppen ze zodanig vol dat de rits amper dicht kan. Dit was niet echt de bedoeling maar het is druk en warm , we betalen en keren vlug terug,  niemand van ons loopt hier echt op zijn gemak. Thuisgekomen worden de beans die er teveel inzitten verwijderd en aan Grace gegeven die ze dankbaar aanneemt.  Op de vraag wat zij er nu mee gaat doen antwoordt ze: koken en stoven met ajuin , heerlijk zegt ze . We voelen ons bijna schuldig dat wij ze zomaar in een bag stoppen.




Het is ondertussen avond en tijd om te pakken. Morgenochtend om 7u is de chauffeur hier om ons op te pikken, het wordt een lange dag maar geloof me, we genieten van iedere minuut.

groetjes aan iedereen !
Sonja