Vanmorgen voor de 4e keer op rij vroeg uit bed, 5 uur local time. Valies pakken, op 15 minuten geklaard. We worden hier nog goed in! Om 6 uur is iedereen al in de lobby. We checken uit en betalen de rekening. Nog snel een koffie met een muffin en daar is Robert al. Stipt als altijd. Hij laadt onmiddellijk de bagage in, en als je het aandurft om zelf je valies te nemen om ze naar de bus te brengen springt er meteen een portier op af; I'll take it sir. We zien dit Afrika wel zitten.
Iemand komt aandraven met de packed breakfasts en de packed lunches voor onderweg.
Alles wordt in de bus gepropt en off we go.
Wat verderop in het park wordt de weg al geblokkeerd door toeristen die olifanten hebben gezien... We rijden snel door ... van olifanten weten we ondertussen alles. Nog wat verder lopen er Bushbucks op de weg, en net voor de poort liggen twee buffels op de weg. Toeteren is verboden, dus we dringen een beetje aan door er traag naar toe te rijden. Uiteindelijk nemen ze de poten en na 12 km verlaten we het park.
We nemen de snelweg langs lake George, een tweevaksweg door kleine dorpjes. Om 8 uur passeren we Kasese, links van ons imponeren de Rwenzori mountains.
Overal dezelfde armoedige taferelen: zeer schamele huisjes waar moeder de vrouw met een takkenbos probeert het erf proper te houden, kinderen spelen met een stukje touw of een stokje, mannen zijn aan het werk (of doen alsof) en de beide kanten van de weg lopen voetgangers, schoolkinderen en rijden fietsers en bromfietsers en staan mensen te wachten.
Af en toe een lange-afstandsbus, een vrachtwagen, een pickup volgeladen met matoke (de groene banaan die hier als aardappel wordt gebruikt) of vol mensen. De weg slingert door de heuvels, en is in goede staat. We halen 100 km per uur. Slechts in de dorpjes vindt je hier de blijkbaar ook al onvermijdelijke speedbumps. Ze zijn zo aangelegd dat ze stapvoets moeten worden genomen, anders riskeer je dat je auto gewoon uiteenvalt. De lange-afstandsbussen echter rijden als gekken en negeren de speedbumps compleet.
Het heuvellandschap ontvouwt zich voor onze ogen. Het is werkelijk prachtig, dit heuvellandschap dat zich opschurkt tegen de Rwenzori.
Rond 9 uur passeren we Fort Portal . Een half uurtje later begint het te druppelen. We hopen dat het maar een bui is, want verderop houdt de goede weg op en wordt het ploeteren langs onverharde wegen. Stof bij droog weer en God weet hoe het is bij slecht weer. De Rwenzori is uit het zicht verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor de Ugandese Ardennen.
Een laatste tankbeurt, daarna linksaf en dan 400 km onverharde weg. De staat van de weg varieert van erbarmelijk over zeer slecht tot onberijdbaar. Robert zet er ondanks dat stevig de sokken in en laveert tussen de putten en het verkeer in.
Onderweg passeren we dorpjes met schooltjes, markets en vooral veel erbarmelijke huisjes en hutjes.
Een vrachtwagen is van de weg geraakt en wordt getakeld, we zien hem nauwelijks in de diepte zitten.
Kleine kinderen gaan in bad langs de weg, we halen een bromfiets in, vader, moeder en twee kinderen zijn de bemanning. Een man ligt dwars over de weg in een rare positie. We vrezen het ergste en Robert stopt even. Andre vraagt of er something wrong is, hij ligt dwaas te kijken; drunk zegt Robert en vervolgt zijn weg.
Een bodaboda wil niet onmiddellijk wijken, Robert toetert, de bromfiets wijkt pas op het laatste moment uit en misrekent zich, komt daarbij in de greppel terecht en valt om. Ernie heeft dit natuurlijk gezien, iedereen moet luid lachen.
Half twaalf. Plasstop aan het plaatselijke Hilton Hotel. De dames spoeden zich naar binnen maar komen even later kokhalzend buiten. Ik besluit buiten te plassen!
Half twee. Robert houdt halt onder een paar bomen voor een groot huis. Lunchtijd, hij vraagt aan de bewoonster of we daar even ons lunchpakket kunnen opeten. De overschotten worden in dank aanvaard door de 3 vrouwen die nieuwsgierig komen kijken.
Na een kwartier vervolgen we onze weg. Wij zijn goed opgeschoten dankzij het goede weer. Hier en daar is de weg wat slipperig maar naa Afrikaanse normen zijn de rijomstandigheden 'uitstekend'. Robert dient enkel heen en weer te zwalpen om de putten en greppels te vermijden. We zijn over halfweg.
Hoima. 150 km van het park. We moeten tanken. Shell is een vertrouwde naam, maar daar zegt de pompbediende dat de diesel op is. Het begint ook nog eens te regenen. Iedereen schuilt onder de luifels van de tankstations, we geraken met moeite aan de pomp. Bij de volgende lukt het wel om diesel te tanken. Het is hier zo druk als in Kampala, maar het is een grote sloppenwijk.
Het blijkt een fikse regenbui, dat belooft niet veel goeds voor het laatste deel van de trip.
Inderdaad, het wprdt een echte stortbui en al gauw staan de straten blank. Ineens is de straat geblokkeerd door een jeep die vast zit. We moeten al omrijden en het blijft stortgieten.
De wegen staan blank en rode modder stroomt naar beneden. De bui is echter plaatselijk en langzaam gaat de regen over in beter weer en kunnen we weer rijden zoals voorheen. We schieten terug op zo goed en kwaad als de weg het toelaat.
Met nog 80 km te gaan ontvouwt zich een prachtig vergezicht over de vlakte en Lake Albert. We spotten een paar bavianen en ook dezelfde apen als gisteren. Patricia is de eerste die ze ziet, een ganse boom vol.
En zeggen dat we daar gisteren 50 USD voor betaalden!
Het bordje 'Paraa Ferry 33 km' lijkt het sein voor de laatste etappe, maar nauwelijks 500 m verder valt de bus stil. Een contactpunt van de batterij blijkt losgekomen, maar Robert, Louis en het kletstalent van Andre zorgen in samenwerking met een passerende vrachtwagenchauffeur dat we na een half uurtje toch verder kunnen. Hier blijkt met welke armoedige omstandigheden we hier worden geconfronteerd. De armoede wordt wel zoveel mogelijk binnenskamers gehouden, want iedereen probeert er op zijn best uit te zien. Schoolkinderen allemaal in dezelfde uniformen komen van school, een stapeltje in krantenpapier gekafte schoolboeken onder de arm. De meesten moeten nog 5 tot 10 kilometer te voet naar huis. Een vrouw eist bijna het halfvolle flesje mineraalwater van Jos, en de begerige blikken naar mijn camera van wat rondhangende jongeren tijdens de reparatie doen me besluiten om hem veilig in het busje op te bergen.
Na het oponthoud kunnen we de weg vervolgen naar de ferry over de Nijl. Normaal moeten we wachten tot 19.00 uur om over te kunnen, maar na wat Afrikaans onderhandelen door André worden we meteen overgezet. We overschouwen de Nijl. Het is hier bloedheet en vochtig.
Om half zeven zijn we in de lodge, na een rit van 12 uur door donker Afrika, over wegen de naam niet of nauwelijks waardaig, maar een ervaring die we nooit zullen vergeten rijker!!
John
Verstuurd vanaf mijn iPod